Vrijwilligerswerk

Als prepensionada geniet ik nu al ruim twee jaar van het zalig niets hoeven. Nou ja, dat niets hoeven beviel mij natuurlijk toch niet, dus ben ik als vrijwilliger aan de slag gegaan. Ik schrijf hier vaak tot vervelens toe over het werk bij het VVV, maar ik doe meer. Na een start als taaladviseur bij Onze Taal bleek dat toch niet helemaal mijn ding. Inhoudelijk was het erg interessant en ook leerzaam, maar in de uitvoering was het niet wat ik zoek in vrijwilligerswerk. De taaladviseurs werken vanuit huis en hebben alleen via chat contact met elkaar. Naast inhoudelijk leuk werk doe ik het ook voor de collegiale contacten en dat miste ik dus heel erg. Na een jaar gaf ik aan mezelf toe dat dit het niet ging worden en heb ik afscheid genomen. Intussen was ik al bij het VVV begonnen, dus ik viel niet in een zwart gat. 

In januari dit jaar ben ik als Taalmaatje gestart bij het Taalhuis. Ik heb elke week een uur een afspraak met mijn cliënt (een Chinese vrouw van begin 30) om samen de week door te nemen of waar we maar over willen kletsen. De bedoeling is dat zij beter Nederlands leert spreken, maar eigenlijk spreekt zij het al heel behoorlijk. Dus ik heb het vrij gemakkelijk en we hebben leuke gesprekken samen. Toch weet ik niet of het helemaal bij mij past, dus ben ik verder op zoek gegaan. 

Afgelopen week leidde dat tot een gesprek met de coördinatoren van SchuldHulpMaatje en na wederzijdse goedkeuring ga ik daar na de zomer aan de slag. De organisatie doet mij een beetje denken aan Slachtofferhulp waar ik ook met veel plezier en voldoening als vrijwilliger heb gewerkt. Dat is wel lang geleden (2004-2006), maar het was een fijne tijd in een gezellig team. Nog lang na mijn vertrek hadden we rosé-avondjes met een aantal (oud-)collega’s en partners.

Ik ben benieuwd hoe het bij SchuldHulpMaatje zal gaan en ik kijk er naar uit om eerst de driedaagse training te volgen en daarna aan de slag te gaan.

Ambassadeursdag

Maandag was het weer Ambassadeursdag; een dag (of liever een halve dag) speciaal bedoeld voor iedereen die aanspreekpunt is voor bezoekers aan Delft.
Vorig jaar maakte ik er voor het eerst kennis mee en afgelopen maandag was ik er weer bij.

We verzamelden ons bij Royal Delft en na een kopje koffie uit prachtig Delfts Blauwe kopjes en een kort plenair programma gingen we in drie groepen op stap. Eén groep bleef in het museum voor een rondleiding, de tweede groep vertrok voor een rondvaart en de derde groep (waar ik voor had gekozen) kreeg een rondleiding bij de Technische Universiteit (TU).

Een studente nam ons mee naar een aantal verschillende faculteiten om een kijkje achter de schermen te nemen. Bij Werktuigbouwkunde zagen wij een 142-meter lange waterbak (de sleeptank) waarin golven kunnen worden opgewekt. In die bak (met een inhoud van meer dan 1,5 miljoen liter water) kunnen ze vervolgens scheepsmodellen en hun vaargedrag onderzoeken. Sommige golven zijn zo groot, dat het wel zes uur duurt voordat ze uitgedoofd zijn!

Bij Civiele Techniek maakten we kennis met het Beest van de TU, een knaloranje machine die eruitziet als de poliep op de kermis, maar dan niet met acht, maar slechts met zes armen: een hexapod. Met die armen kunnen alle mogelijke bewegingen uitgevoerd worden en daarmee alle mogelijke druk uitgeoefend op bijvoorbeeld muren of schepen. De druk is ook niet gering, namelijk 100 ton in alle richtingen. Daarom gebruiken ze de machine alleen ’s avonds en in het weekeind, want de trillingen zijn door het hele gebouw te voelen. Met het Beest kan men testen welke soorten metselwerk of beton het best bestand zijn tegen aardbevingen (om maar een voorbeeld te noemen van rampspoed) of hoe goed scheepsrompen bestand zijn tegen alle krachten van het water. De machine is oranje, omdat de TU hoopte dat de koning de machine als eerste in gebruik zou willen nemen. Helaas gebeurde dat niet, want – naar verluidt – komen de Oranjes niet graag naar Delft, omdat ze daar na hun leven nog heel veel tijd moeten doorbrengen.

Tenslotte gingen we naar Technische Natuurkunde naar de Dode Kamer. Dat klinkt luguberder dan het was. Het is een ruimte van ongeveer 8×8 meter waar zowel op alle muren als op het plafond én de vloer én de deur een soort driehoekige eierdozen zijn bevestigd. Daardoor wordt geluid totaal geabsorbeerd en is het de ideale ruimte om akoestische proeven te doen. Tegenwoordig is de ruimte niet meer in gebruik omdat al die proeven uitstekend met de computer gesimuleerd kunnen worden. Wij mochten er dus uitgebreid in verblijven, zelfs met dichte deur en zonder licht (aardedonker was het) en dat was een bijzonder aparte ervaring. Sommige deelnemers werden er heel spraakzaam van, wat ik dan weer jammer vond.

Na afloop van de rondleiding gingen we lunchen en daarmee kwam alweer een einde aan een interessante ochtend. Helaas ben ik vergeten foto’s te maken, maar misschien komen die later nog beschikbaar en dan zal ik ze bij dit verhaal plaatsen. Voor nu beperkt het zich tot een foto van het plenaire gedeelte.

Plaatjes onderweg

Vanmiddag wandelde ik zoals elke vrijdag naar de bibliotheek in de Voorhof (een wijk in Delft) waar ik mijn taalmaatje ontmoet. Onderweg kwam ik een aantal fotowaardige zaken tegen. Het begon al direct om de hoek waar ik een aantal schoenen aan een touw zag bij het Microtheater. Ik loop hier vrijwel dagelijks langs en zij waren mij nooit eerder opgevallen. Dat kan ook betekenen dat ze er nog maar net zijn opgehangen. Ik kan nergens vinden of het misschien op een toneelstuk slaat dat zij binnenkort gaan opvoeren.

In de wijk Nieuw Delft (nog in aanbouw) aangekomen zag ik een bos tulpen en één van de twee poorten van het gebouw PoortMeesters, een nieuw woongebouw met een waterneutrale binnentuin. De tegels in de poort zijn 3D-geprint. Erg bijzonder! 

Verder door de wijk Poptahof waar ik een zwerfkei en een beeld van twee kinderen die haasje-over spelen op de gevoelige plaat vastlegde. Het beeld is van brons en stamt uit 1969. 

Tot slot arriveerde in bij DOK-Voorhof, dat zich naast de moskee bevindt en begon mijn conversatie-uurtje.

Willem van Oranje – de musical

In Delft is een groot theater verschenen ergens aan de TU-kant van de stad: het Prinsentheater. Daar is in januari de musical Willem van Oranje van start gegaan. Tijdens de kerstborrel van het VVV kreeg iedereen twee toegangskaartjes voor de try-out van afgelopen donderdag. Het gonsde de hele week al door de wandelgangen: “Donderdag is het zo ver!” In de groepsapp schreef iemand dat zij voor de pauze een arrangement ging bestellen (een drankje en wat hapjes, die op een gereserveerde tafel voor je klaar staan). Dat leek mij ook een heel goed idee, maar helaas waren de pauzearrangementen al uitverkocht. Zo stonden wij bijna de hele pauze in de rij voor een drankje. Maar ik loop op de zaken vooruit.

Met de fiets naar het theater was een goede keuze. Veel keuze hadden we ook niet, Want het OV houdt niet over, lopen is te ver en een auto bezitten wij niet. Maar een kwartier fietsen is goed te doen, zelfs in de winter. De fietsen waren snel geparkeerd en ik zag met genoegen de lange rij auto’s staan. Enig leedvermaak mag toch wel?

Binnen stuitten we al meteen op de eerste bekende. Het was grappig om in zo’n groot theater (1200 personen kunnen er in en het was uitverkocht) zo veel bekenden tegen te komen. We zaten over drie plekken in de zaal verdeeld, maar die waren ook weer dicht bij elkaar, dus er werd uitbundig gezwaaid. Ook leuk dat iedereen een partner, schoonvader, dochter of buurvrouw had meegenomen.

Het theater is enorm groot, ik schreef het al en het toneel is halfcirkelvormig. Er zijn verschillende locaties waar het verhaal zich afspeelt: Breda, Dillenburg, diverse slagvelden en natuurlijk Delft. Doordat de zaal met ons erin draait, zit je steeds op een andere locatie. Je draait als het ware van Dillenburg naar Breda en van Breda door naar het Ontzet van Leiden. Ik werd wel een beetje zeeziek van al dat gedraai, maar het was wel grappig gedaan. Op het toneel vloeien film, theater en muziek in elkaar over en dat was heel knap gedaan. Het leek alsof er echt mannen op paarden aan kwamen draven, die vervolgens van hun paard stapten en op het toneel verder speelden.

Het persoonlijk liefdesleven van Willem was een rode draad. Hij had zoals iedereen weet veel vrouwen en ze kwamen er niet eens allemaal in voor, want voor nummertje drie, Charlotte van Bourbon, was kennelijk geen tijd. Terwijl de musical toch bijna vier uur duurde. Daarnaast natuurlijk zijn strijd tegen de Spanjaarden en zijn gedoe met godsdienst (“Zal ik katholiek blijven of toch maar weer protestants worden?”).”Het verhaal van zijn leven en zijn strijd” is niet voor niets de ondertitel. Wat erg goed is, is de link naar de actuele situatie in de wereld en in het land. Zonder expliciet te worden, worstelt Willem met hedendaagse thema’s en dat vond ik indrukwekkend.

Zonder verder te spoileren kan ik zeggen dat het een enorme belevenis is, dat het knap gemaakt is en dat het heel lang duurde. Misschien komt het doordat het pas de tweede try-out was, maar het zou rond kwart over elf klaar zijn en het duurde gewoon tot middernacht. Ik vond het wat veel van het goede. En muzikaal gezien was ik er ook niet weg van. Ook dat kan nog goed komen misschien na een paar keer spelen, maar ik vond er geen grote klappers tussen zitten, die je op weg naar huis nog neuriet. Ik ben ook geen echt goede graadmeter natuurlijk, want au fond hou ik helemaal niet van musicals. Toch ben ik blij dat ik het gezien en meegemaakt heb. Al was het maar om bij het VVV tegen argeloze bezoekers te kunnen zeggen dat het een bijzondere ervaring zal zijn.

Stappen en happen in Amersfoort

Met een groepje van 10 (oud-)collega’s van de Hartstichting vormen wij de Stappen-en-happenclub. Ooit begonnen met wandelen na kantoortijd naar een restaurant (gewenste wandeltijd ongeveer 1 1/2 uur), daar gezellig eten en dan iedereen weer met het OV naar huis. Aangezien er van de 10 inmiddels nog maar 3 bij de Hartstichting werken, is daar de laatste tijd de klad een beetje ingekomen. Maar de club bestaat nog en we zijn bezig er nu een wat andere invulling aan te geven.

Zaterdag gingen we met z’n zessen naar Amersfoort, waar ons erelid I. inmiddels woont. Erelid I. loopt nooit mee, maar prikt wel regelmatig een vorkje mee. Het plan was een stadswandeling voor de wandelende leden, dan naar I om daar te borrelen en na de borrel gezamenlijk naar een Italiaan om de dag feestelijk af te sluiten. Zo gezegd zo gedaan. Ondanks de regen toog ik naar Amersfoort. Ik vind wandelen in de regen namelijk ongeveer het ergste wat mij kan overkomen, dus normaal gesproken haak ik af zodra er regen dreigt. Maar ja, Amersfoort en ons erelid lonkten!

En wat hadden we een geluk! Het was gewoon heerlijk stadswandelweer. Eerst moest ik natuurlijk op werkbezoek bij het VVV. Een mooie ruimte vond ik met een leuk souveniraanbod. Toen ik dit compliment maakte, riep een van de medewerkers meteen dat ik dan volgend jaar nog maar eens moest komen kijken, want de hele boel gaat binnenkort op de schop. Okeeeeee, bijzonder! Ze gaan een andere focus aanbrengen, meer gericht op beleven dan op souvenirs.

Van VVV-collega J moest ik nu eigenlijk tegen de VVV-medewerkers zeggen dat zij heus niet de enige in Nederland zijn met een zogenoemde ‘koppelpoort’. Daar schijnen zij namelijk nogal mee aan de weg te timmeren, terwijl Delft ook een koppelpoort heeft. Een koppelpoort? Wat is dat nu weer? Dat is een dubbele poort, een combinatie van een land- en waterpoort. Dat wil zeggen dat het zowel een landpoort voor verkeer over de weg is als een waterpoort voor scheepvaart op de rivier. Onze eigen Oostpoort dus. Maar ik zocht geen ruzie met Amersfoort en heb mij dus beperkt tot een gezellig collega-praatje.

Onze eigen Oostpoort

Tijdens de stadswandeling was er veel bij te praten, dus van foto’s maken kwam er niets. Na de koffie-met-gebak moesten we nog haasten om de bus naar Vathorst te halen (een mooi aangelegde wijk waar I woont). Daar aangekomen haalde I ons van de bus en zagen we tot onze grote en aangename verrassing collega H aan komen wandelen. Huh, die was toch met vakantie? Ja, zeker was zij dat, maar net weer aangekomen, reed zij meteen door naar Amersfoort om toch in elk geval het hapgedeelte mee te maken. En verder kletsten wij weer bij. Heel gezellig om elkaar allemaal weer te zien (nou ja, op de twee afwezige leden na, maar hopelijk zijn die er een volgende keer weer bij).

Bij de Italiaan werd de laatste trek gestild en moe, volgegeten, bijgepraat en heel tevreden keerden we weer huiswaarts. 

Verhuisd

Vorige week was dan eindelijk de langverwachte verhuizing van het VVV naar het Huis van Delft. Oorspronkelijk was de planning dat de bouw al eind 2021 gereed zou zijn. Jammer genoeg waren er de nodige tegenslagen en liep alles een aantal jaren uit. Maar woensdag sloten de deuren in het station en waren we een paar dagen dicht om in te pakken, te verkassen, weer uit te pakken en in te richten.

Zaterdag was het zo ver: om 10 uur openden we de (loodzware) deur van ons nieuwe onderkomen en hadden collega E en ik de eer om de allereerste dienst te draaien. Het was rustig – de loop moet er nog inkomen – maar de bezoekers die langskwamen, waren allemaal even enthousiast. In de ruimte is plaats voor toeristische informatie, souvenirs, maar er is ook veel aandacht voor Delftse ondernemers en hun producten. Denk aan bonbons van De Lelie, chocolade van Van der Burgh, kaarsen van de Stadskaarsenmakerij, meel van Molen de Roos, enzovoorts. Elke maand krijgt één van de Delftse ondernemers ruimte op onze stip om zijn/haar onderneming onder de aandacht te brengen. We trappen af met Molen de Roos.

Naast onze ruimte is aan de ene kant de Blue Gallery en aan de andere kant de Innovation Gallery. Die laatste is nog in aanbouw, maar de Blue Gallery is al bijna klaar. Het is nu al een enorme trekker met zijn 2000 vierkante meter Delftse canon in tegeltjes. Het kunstwerk van Job Smeets is nog niet helemaal af, dus de geïnteresseerden moesten achter glas kijken. Hopelijk lukt het om volgende maand de deur ook daar te openen. Ik heb uiteraard al wel foto’s kunnen maken.

Huis van Delft (2)

Gisteren was de zomerborrel van Delft Marketing (waar de VVV-winkel onder valt. Voorafgaand daaraan kregen we een rondleiding door het Huis van Delft, waar ik al eerder over schreef. Toen (in 2021 nota bene) kon ik nog niet vermoeden dat dat mijn toekomstige werkplek zou worden (en ook niet dat het nog zo eindeloos lang zou duren). Maar na de zomer is dan zo ver: we gaan als VVV verhuizen van de stationshal naar het Huis van Delft. Onze toekomstige ruimte is dan klaar, dus die planning lijkt reëel. Het hele gebouw moet in elk geval begin 2026 gereed zijn.

Wij komen in het midden van het gebouw met aan de linker- en de rechterkant de Innovation Gallery. Ik citeer nog maar eens de website:  Het unieke van de Innovation Gallery is dat iedereen welkom is, de ruimte is vrij toegankelijk, en biedt – ook door de organisatie van educatie-projecten – de bezoekers een interessante inkijk in de wereld van wetenschap, technologie en kunst. Zo ontstaat er een Huiskamer in Huis van Delft, waar Delftenaren en bezoekers aan de stad welkom zijn. Ik voeg hier aan toe, dat de ingang van de VVV tevens de ingang van de Innovation Gallery is. Wij rekenen dus op veel bezoekers, niet alleen toeristen, maar ook Delftenaren.

Links en rechts komen twee ruimtes met een verschillend thema. Links ligt de nadruk op Delfts Blauw met het enorme kunstwerk van Job Smeets waarin de Canon van Delft wordt verbeeld. Het bestaat uit tegels voornamelijk in Delfts blauw en bedekt een oppervlakte van ruim 2.000 vierkante meter. Hoe langer je ernaar kijkt, hoe meer je ziet. Werkelijk prachtig! Op de website van het Huis van Delft zie je er een foto van, maar die durf ik hier niet te plaatsen vanwege copyrights. Rechts van de VVV-ruimte  komt band met het huis van Oranje aan bod. Hoe dat er precies uit komt te zien, is mij nog niet duidelijk, want dat was nog een redelijke bouwplaats. Ook het Auditorium daar weer naast is nog niet klaar. Het wordt wel een mooie plek voor voorstellingen.

In het midden komen wij van de VVV. We krijgen tien keer zo veel ruimte als we nu hebben, wat zal dat heerlijk zijn! Hopelijk ook minder OV-vragen, als we duidelijk los staan van het station. Het zal nog wel even flink buffelen zijn voordat we echt verhuisd zijn, maar ik geloof wel dat we er allemaal heel veel zin in hebben.

En ook belangrijk: de zomerborrel bij De Gist was heel gezellig!

Wandelen in Delft

Nu ik als promotor voor Delft ben aangesteld, mag ik Delft nog beter leren kennen. Vanuit het VVV bezoek ik de highlights en dat is verrassend leerzaam. Een paar weken geleden sloten collega M en ik aan bij een stadswandeling met Gildegids A. Wij bleken de enige aangemelden te zijn, dus A. kon helemaal los gaan. Wij hadden al wat basiskennis, dus zij dook meteen de diepte in. Superleuk en -leerzaam!

Afgelopen maandag was het Ambassadeursdag. Dat is een jaarlijks terugkerende dag georganiseerd door Delft Marketing om de mensen die in de toeristenbranche werken bij elkaar te brengen en iets te vertellen over de plannen voor de komende tijd. We begonnen met een stadswandeling. Deze keer liep ik mee met Gildegids J. die tevens mijn VVV-collega is. En ook J. kreeg het voor elkaar om mij weer nieuwe dingen te laten zien!

Na de wandeling was er een informatief gedeelte en een kleine quiz om te testen of we opgelet hadden tijdens de wandeling. Daarna kwam er een heerlijke en overdadige lunch, prima verzorgd door het Postkantoor

Ik had een leuke maandagochtend en voor jullie had ik er een paar foto’s bij willen plaatsen uit de Beeldbank van Delft Marketing. Maar een account maken is daar nog niet gelukt, dus ik hou het bij één zelfgemaakte foto van de Waag.

Reclamemaker Delft

Sinds kort heb ik er een vrijwilligersbaan bij. Een ochtend in de week sta ik achter de balie bij het VVV van Delft in het station. Ik wijs mensen de weg naar het centrum, geef ze een plattegrond en tips mee en hoop dat zij Delft net zo leuk vinden als ik.

Bij het inwerkprogramma horen bezoekjes aan de toeristische hoogtepunten van de stad. Omdat ik min of meer tegelijk met collega M ben begonnen, leggen wij die bezoekjes ook samen af. Wel zo gezellig. Gisteren waren wij in het Vermeer Centrum en in de Oude Kerk. Het Vermeer Centrum geeft een prachtig overzicht van de werken van Vermeer. Er zijn maar weinig van zijn schilderijen over en van de 37 resterende werken zijn er slechts zeven in Nederland en nul-komma-nul in Delft. Maar in het Vermeer Centrum zijn wel replica’s van alle 37 werken. Zij hangen in chronologische volgorde en zijn op ware grootte. Als je ze zo allemaal achter elkaar ziet hangen, valt opeens pas goed op dat hij steeds dezelfde kamer schildert met hetzelfde raam waar het licht zo prachtig doorheen valt. Dat zijn vrouwen vaak hetzelfde geelgouden kleedje aan hebben met de bontrand, wist ik dan weer wel.

In de Oude Kerk was het vooral heel koud. Daarnaast konden we nog de muurschildering zien, die achter het monument van Piet Hein tevoorschijn was gekomen tijdens de renovatie van dit monument. Leuk om te zien, want straks – na de renovatie – verdwijnt de schildering er weer achter. Verder was er een tentoonstelling “Het had gekund” over Johannes Vermeer en Antonie van Leeuwenhoek. Zij zijn tijd- en stadgenoten, in hetzelfde jaar geboren in Delft en zij woonden bij elkaar in de buurt. De expositie gaat ervanuit dat zij boezemvrienden waren, waar volgens mij historisch totaal geen enkele aanwijzing voor is. Het was (in mijn ogen) ook een beetje een kinderachtige tentoonstelling met tekeningen van beide heren (te modern) en dialogen (te popiejopie). Dat gecombineerd met het feit dat zij elkaar waarschijnlijk amper kenden, maakte het voor mij een bevreemdende ervaring.

Gelukkig was het mooi weer en konden we op een zonnig terrasje weer warm worden en even bijkomen van alle indrukken, Toerist in eigen stad: het valt niet altijd mee.

Nieuwe plannen

De laatste theeles was afgelopen vrijdag en het bezoek aan de Lakenhal is ook achter de rug. Ik heb enorm genoten van de twee heel verschillende, maar beide interessante cursussen. In het najaar is er vast wel weer wat te kiezen als vervolg.

Gelukkig val ik niet in een zwart gat. Naast diverse uitstapjes met vrienden en bekenden ga ik beginnen als vrijwilliger bij Onze Taal. Er start een nieuw project met 10 vrijwilligers, die de rol van taaladviseur op zich nemen. Vorige week maandag was de eerste bijeenkomst om kennis te maken met de medewerkers en met de andere vrijwilligers. Het idee is dat de betaalde taaladviseurs (mooie woordcombinatie) meer tijd krijgen voor andere taken, doordat de vrijwillige taaladviseurs een deel van hun werkzaamheden overnemen. Wij gaan vragen over taal beantwoorden via telefoon, mail en WhatsApp. Het lijkt een beetje op voorlichter bij de Hartstichting, maar dan met een heel ander soort vragen.

Hoewel ik altijd in mijn werk met begrijpelijke taal, schrijven en voorlichting bezig ben geweest, heb ik geen taalkundige opleiding. Maar niet getreurd, ik ga het vast allemaal wel leren en (heel belangrijk) er staan allerlei naslagwerken tot mijn beschikking. Bovendien kijkt er voorlopig nog een extra paar ogen mee voordat mijn adviezen de wijde wereld ingaan. Ik heb er zin in!