Een muur vol graffiti maakt plaats voor twee prachtige muurschilderingen van de Vlaardingse kunstenaar Marjon Hoogendijk. Aan de Asvest – een vrij onmogelijke straat aan de achterkant van theater De Veste en met de in- en uitgang van een parkeergarage als belangrijkste reden om de straat te betreden – is dit onlangs gerealiseerd. Lees er meer over in een artikel van Omroep Delft. Ik vind het een aanwinst voor de stad!
Nog een weetje over de Asvest. De naam van deze straat houdt verband met hoe men vroeger kookte en hoe de huizen verwarmd werden. In de 18e eeuw gebeurde dat vooral met kolen. Na het stoken bleef er heel veel as over en dat werd allemaal verzameld op één punt: de Asvest.
Vandaag de laatste dag van onze staycation. We hadden een heerlijke tijd, veel gewandeld en musea bezocht, goed weer gehad. Nu is het ook fijn om weer een beetje terug naar het normale leven te gaan. Vandaag nog een thuisdagje, beetje opruimen, wassen, dat soort postvakantiegedoe.
Wat deden we zoal die laatste week? We wandelden bij het kleinste dorp van Nederland ’t Woudt een rondje door de weilanden en lunchten in Kwintsheul (ook klein). Allemaal Westland met veel kassen. We kwamen wel veel fietsers tegen, maar totaal geen wandelaars. Het laatste stuk voerde ons dwars door weilanden over wankele bruggetjes en ik verdween nog bijna in een verborgen sinkhole.
Verder wandelden we weer met zus F en zwager J in Amsterdam. Deze keer vanuit Amstelveen door Oud Zuid en De Pijp naar het centrum terug. Te druk met kletsen om foto’s te maken. Op de fiets naar Katwijk waar vrienden E&E hun jaarlijkse week in een strandhuisje verbleven. We fietsten door de duinen met tegenwind, dus dat viel niet mee. Gelukkig wachtte er een heerlijke lunch op ons!
Qua musea sprong vooral het Kunstmuseum in Den Haag er uit. Net als in het museum in Rijswijk was er een overzichtstentoonstelling van een kunstenaarsstel. Deze keer geen papiermakers, maar (oorspronkelijk Nederlandse) fotografen: Inez en Vinoodh. Zij schijnen wereldberoemd te zijn en ik herkende sommige foto’s ook wel (zij hebben heel veel beroemdheden op de foto gezet). Maar echt actief kennis hebben kan je dat niet noemen. Zij leerden elkaar kennen op de modeacademie in Amsterdam en mode speelt een rol in hun werk. Zij manipuleren hun foto’s al ver voor de tijd van photoshop en ook dat is heel interessant om te zien. Maar de titel van de tentoonstelling zegt alles over het steeds terugkerende thema: “Can Love Be A Photograph”. Heel mooi vond ik de eerste en de laatste foto van de tentoonstelling. Op de eerste kussen de fotografen elkaar en op de laatste buigt hun zoon zich over een glazen stolp met die foto van zijn ouders erin.
De tijd vliegt als je niets te doen hebt en zo is week 2 van onze staycation alweer voorbij.
Wij wandelden er weer op los. We begonnen de week met een heuse Romeinse Veldtocht in Woerden en omstreken. Deze tocht leidde ons vooral langs de Oude Rijn en het was fijn om met die warmte langs het water te lopen. Dat gold ook voor onze volgende wandeling die langs de Merwede ging in een gebied met veel militaire geschiedenis (Tachtigjarige Oorlog). We begonnen in Gorinchem en liepen via Sleeuwijk naar Woudrichem met als bonus een rondje rondom Slot Loevestein. Je weet wel, van Hugo de Grote en zijn boekenkist. Vanwege tijdgebrek skipten we het kasteel. We maakten onderweg wel gebruik van een aantal veerponten en dat maakte de route extra leuk.
Het is niet alleen een wandelvakantie, mar we stapten ook op de fiets. Richting Wassenaar om Museum Voorlinden te bezoeken. Ander cultureel hoogtepuntje was de overzichtstentoonstelling van het echtpaar Peter Gentenaar en Pat Gentenaar-Torley. Ik las voor het eerst over hen bij stadsbloggenoot Emie. Tot mijn schande kende ik hen helemaal niet en wist ook niet dat zij de initiatiefnemers van de Papier Biënnale zijn, die wij dan weer wel trouw bezoeken. In elk geval, dit was een prachtige tentoonstelling. Gaat dat zien!
Vrijdag moest huisgenoot P een halve dag werken (iets belangrijks met een afstudeerder) en heb ik mij aan een nieuwe legpuzzel gewijd. Vandaag hervatten wij de vakantie met een bezoek aan de Parade met onze buurvrienden H en M. Altijd gezellig en vaak mooie voorstellingen. En daarmee gaat de laatste week van de vakantie in.
Afgelopen week en de komende twee weken hebben huisgenoot P en ik vakantie genomen van werk en vrijwilligerswerk. We blijven gewoon thuis, maar gaan er wel elke dag op uit: een heuse staycation dus.
De eerste week is achter de rug en we hebben onze tijd goed besteed al zeg ik het zelf. We startten met een wandeling op Jaffa. Ik schreef al eerder over onder andere deze begraafplaats en eigenlijk was het toeval dat we erlangs liepen bij een korte wandeling door de TU-wijk. Ik smeedde het hete ijzer en stelde voor de “Van Markenwandeling“ te gaan doen. De wandeling voert over het oude deel van de begraafplaats en was heel interessant. ik zal er later een blogje aan wijden in het kader van de Delftpromotie.
Verder wandelden wij afgelopen week van Hoek van Holland naar ’s Gravenzande over het strand en weer terug door de duinen. We wandelden in Amsterdam van IJburg naar het centrum met zus F en zwager J en hadden na afloop van de wandeling nog een genoeglijke maaltijd samen. Tot slot van deze week wandelden we van Driebergen naar Maarn over de Utrechtse Heuvelrug. Prachtige omgeving! Na al dat wandelgeweld (rond de 15 kilometer per keer) waren we toe aan een culturele boost. We bezochten in Leiden de Lakenhal (tentoonstelling over Jan Steen, die 400 jaar geleden geboren werd) en het migratiemuseum Fenix in Rotterdam. Over dat laatste zal ik ook nog een apart blogje schrijven, want dat was heel erg de moeite waard!
Vandaag werden onze zonnepanelen geplaatst, dus waren wij even aan huis gebonden. Morgen een opruimdagje thuis en dan gaan we maandag maar eens kijken of het weer toestaat dat we iets actiefs doen. Het is sowieso heerlijk om even niets te moeten en elke dag maar te zien waar we zin in hebben.
De bruggen van Delft waren dit jaar allemaal tegelijk aan onderhoud toe. Zij kunnen natuurlijk niet allemaal tegelijk gesloten worden, dus de afgelopen tijd is er steeds één brug dicht gedurende ongeveer drie maanden. Op die manier wordt het verkeer niet al te ver omgeleid, maar kan er wel het nodige onderhoud plaatsvinden. Soms gaat zo’n brug gewoon rücktsichloos dicht en soms wordt er een pontonbruggetje neergelegd voor de voetgangers en fietsers. Ik schreef er hier al eens over hoe ze dat bij de Koepoortbrug hebben gedaan.
Sinds kort is de brug die daarna aan de beurt was, de Plantagebrug, weer open. Aan de onderkant van die brug is een kunstwerk gemaakt door René Jacobs. Ook over hem schreef ik al diverse blogjes, in aanloop naar het kunstwerk “Wij zijn Delft”.
Gistermiddag werd dat kunstwerk onder de brug (dat je alleen maar ziet als de brug open is en je aan de goede kant van de brug staat) officieel geopend door de wethouder van Cultuur. Ik ging er even naartoe, want bij ons om de hoek. Praatje van een ambtenaar, praatje van de Wethouder: beide moeilijk te verstaan door de straffe wind die er stond. De wethouder toeterde de brug open en daarna gaf René Jacobs een toelichting op wat er allemaal te zien is op het werk.
Het uitgangspunt is het straatje van Vermeer (dat zich toevallig in onze eigenste straat bleek te bevinden) met historische en eigentijdse mensen uti Delft erin verwerkt. Zo maken onze oud-burgemeester Marja van Bijsterveldt en de huidige burgemeester Alexander Pechtold samen een dansje, Balthasar Gerards schiet Willem van Oranje dood met een supersoaker, kunstenaar Jan Schoonhoven lost een kubus met alleen maar witte vlakjes op en Wubbo Ockels kijkt vanaf een hoog dak mee. Ook heeft zichzelf erin geschilderd in de linker bovenhoek. Zoveel te zien dat één keer voor de brug staan niet voldoende is om alles in je op te nemen,
Na afloop mocht iedereen een ijsje halen en was dit festijn ook weer voorbij.
Delft staat bekend om zijn keramiek (Delfts Blauw onder andere, maar er is veel meer). Afgelopen weekend waren de Delftse Keramiekdagen waarbij op de Markt kunstenaars uit het hele land hun keramiek tentoonstellen en verkopen. Vanwege de hittegolf was het festijn zaterdag afgelast, maar zondag ging het wel door. Ik vond het te heet om mij naar de Markt te begeven, maar gelukkig hadden wij anderhalve week geleden mijn verjaardag gevierd met een echte Keramiekdag. Dus aan keramiek geen gebrek.
We maakten de Keramiekwandeling die ons gans Delft doorvoerde, maar waar ik onderweg maar één foto heb gemaakt van de “Delftse Tegelmannen”, een kunstwerk waar 1300 Delftenaren aan hebben meegewerkt (vooral kinderen van Delftse basisscholen). Het staat langs de Schie, vlakbij museum De Porceleyne Fles (dat al sinds een eeuwigheid is omgedoopt in Royal Delft Museum). Uit de spoortunnel is Delftse klei uitgedeeld waarvan de kinderen een grote kraal hebben gemaakt. Later heeft Marijke Gémessy die kralen verwerkt tot de Tegelmannen.
In de Oude Kerk bezochten we de tentoonstelling Common Ground die daar is ingericht ter ere van het 40-jarig bestaan van Terra. Dat is een galerie met hedendaags keramiek. Een vriendin van mij (zelf ook keramiste) heeft daar een tijdlang als vrijwilliger gewerkt. Het is heel bijzonder hoe de eigenaressen van Terra hun zaak hebben opgebouwd. Echt een bijzonderheid in de Nederlandse keramiekwereld. Lees er vooral meer over op hun eigen website.
De tentoonstelling zet een achttal kunstenaars centraal uit alle werelddelen. Een deel laat zien hoe keramiek mensen, hun verhalen en culturen verbindt. Wat mij betreft heel erg geslaagd. De Oude Kerk is een fantastische ruimte om keramiek te exposeren.
Plastic Disease door Mahala HillAgbantara door Adeoti Afeez Azeezdoor Keka Ruiz-Tagledoor Katharina Morlingdoor Katharina MorlingHome for the Homeless door Prithwiraj Mali
Een ander deel van de tentoonstelling laat 40 objecten zien, uit elk jaar van het bestaan van Terra een. Heel divers en ook heel bijzonder. Uiteraard vind ik niet alles mooi, maar veel wel. De foto’s die ik heb gemaakt laten mijn favorieten zien.
Na afloop kochten wij als waren we echte toeristen twee koffiebekers, die niets met Terra te maken hebben, maar waar we wel lekker koffie uit drinken.
De expositie is nog tot 4 juli te zien (dus hurry up), maar de wandeling kan tot midwinter en daarna gewandeld worden.
Na mijn eerste blogje (en tot nu toe tevens laatste) over gevelstenen, verschijnt vandaag deel twee. Ik zette een gevelsteen in de Visstraat op de foto.
De Visstraat is een klein steegje tussen Voorstraat en Verwersdijk. Vroeger waren in dit gedeelte van de stad talloze bierbrouwerijen gevestigd. Ik noem ’t Paert van Dirck van Groenewegen, de brouwerij van Jacob Balbiaen en De Oyevaer van Melchior Wyntges. En om deze laatste brouwerij gaat het hier natuurlijk. Het pakhuis van De Oyevaer had zijn ingang aan de zuidzijde van de Visstraat, die toen Quartelaersteech heette. Boven de poort zat een gevelsteentje met een ooievaar. Dat draagt het jaartal 1777 maar de brouwerij bestond al in 1600. Tegenwoordig zit er op de plek van het pakhuis een klein appartementencomplex. Gelukkig hebben ze na de sloop van het pakhuis de gevelstenen weer in ere hersteld.
Op de noordhoek van de steeg stond brouwerij De Visch, waarnaar de steeg later is hernoemd. Verderop zaten nog De Twee Bijlen, De Osch, De Dobbele Hellebaerden, De Haemer en De Drie Truwelen. Er waren in de Middeleeuwen dus enorm veel brouwerijen. Dat was echter niet – zoals een hardnekkig verhaal wil – omdat het water in die tijd zo vervuild was, maar het had vooral te maken met de status van water. Volgens Leendert Alberts, historicus, dronk iemand van stand dat gewoon liever niet. Water was voor de dieren. Mensen dronken bier en als ze echt van hoge komaf waren dronken zij wijn.
Afgelopen woensdag gingen wij onder de bezielende leiding van vriendin E naar de eerste in een serie lezingen over Johannes Vermeer. Vriendin E werkt als vrijwilliger in het Vermeer Centrum én zij was woensdag jarig, dus wij lieten ons meetronen.
Gastspreker Alexandra van Dongen, conservator van het Museum Boijmans van Beuningen, vertelde aan de hand van haar boek ‘De tastbare wereld van Johannes Vermeer – huisraad als schildersmodel’ over haar zoektocht naar attributen in schilderijen van Vermeer. Er is vaak veel bekend van de personen op het doek, maar niet van de attributen die te zien zijn. Op zoek naar verdieping van het verhaal, het dateren en context geven bestudeert zij bijvoorbeeld andere schilderijen waar vergelijkbare attributen te zien zijn, in collecties van andere musea en soms in de wereld van miniaturen die voor poppenhuizen gemaakt zijn. Ik werd acuut weer afgunstig toen zij vertelde dat Museum Boijmans van Beuningen op termijn een legaat krijgt van 2000 miniaturen (bij elkaar verzameld door een Rotterdamse oogarts). Een deel hiervan is al eens tentoongesteld in het Depot van het museum en heb ik daar toen al bewonderd. Nog zonder Vermeercontext.
Een voorbeeld van Alexandra’s speurwerk is de aardewerken pot, te zien op het schilderij ‘Het melkmeisje’ die zij wist terug te brengen tot een product uit Oisterwijk. Sommige van de voorwerpen op Vermeers schilderijen zijn zelfs terug te voeren op archeologische opgravingen uit Delft. Zo herkende Alexandra in één van de vitrines van het Vermeer Centrum Delft een 17e eeuwse kan met schenklip van hetzelfde schilderij. Direct haalde Herman Weijers, directeur van het Vermeer Centrum, deze kan uit de vitrine en liet hem rondgaan bij het publiek. Bijzondere ervaring! De kan bleef heel én verdween ook niet in de tas van de zus van E.
Na afloop kon je uiteraard het boek kopen en laten signeren, maar omdat ik twee boekenprincipes heb (“ik heb al een boek” en “een boek erin, een boek eruit”) heb ik de verleiding weerstaan. In plaats daarvan gingen we naar de Markt naar café Het Konings Huys met vriendin E, haar huisgenoot E, haar zus en nog drie vrienden om de verjaardag van E te vieren met een drankje en wat bruin fruit. Het was een leerzame en gezellige avond.
Na de opening van het toeristisch seizoen 2026 hadden huisgenoot P en ik nog een bezoek aan de schouwburg op de planning staan.
We gingen naar Calefax, een illuster gezelschap van vijf mannen op leeftijd die allen een blaasinstrument bespelen. Zij vormen samen een rietkwartet. Ik had nog nooit van ze gehoord (mijn tekortkoming want ze bestaan al sinds 1985) totdat wij vorig jaar december hun voorstelling Dido & Aeneazz zagen. Een prachtige bewerking van de opera van Purcell door Raaf Hekkema met illustraties op de achtergrond van Hedi Tjin. Een kennismaking die naar meer smaakte.
Deze avond was Ramsey Nasr hun gast tevens middelpunt van de uitvoering. Als verteller leidde hij ons door zijn bezetenheid van muziek. Ik ben een groot fan van Ramsey Nasr en speciaal van zijn personage Erik in Oogappels. Althans de eerste seizoenen, want later werd Erik helemaal koekwous van de baby van zijn ex-vriendin, die later dan weer zijn ex-ex-vriendin wordt. Totdat het Erik allemaal toch weer te veel wordt en hij in zijn eentje op fietsreis vertrekt om zichzelf te vinden. Maar goed, daar kon Ramsey natuurlijk niets aan doen, dus ben ik nog steeds fan van hem, maar niet meer van Erik (sorry voor deze zijstap).
In het theater hebben we een heerlijke avond. Nasr is grappig en leidt ons door de wereld van muziek. Van de Middeleeuwen via Italiaanse volksmuziek naar de Renaissance en via de romantiek naar de opera. Op het einde krijgt de voorstelling nog een serieus tintje mee, want Nasr snijdt de toestand in de wereld aan. Zelf is hij half Nederlander half Palestijn en hij laat het lievelingslied van zijn Palestijnse vader horen. Zijn boodschap is niet politiek, maar muzikaal en muziek heeft een verbroederende functie. Hij zei het anders en mooier, maar dat is wat ik ervan maak.
Vanmiddag wandelde ik zoals elke vrijdag naar de bibliotheek in de Voorhof (een wijk in Delft) waar ik mijn taalmaatje ontmoet. Onderweg kwam ik een aantal fotowaardige zaken tegen. Het begon al direct om de hoek waar ik een aantal schoenen aan een touw zag bij het Microtheater. Ik loop hier vrijwel dagelijks langs en zij waren mij nooit eerder opgevallen. Dat kan ook betekenen dat ze er nog maar net zijn opgehangen. Ik kan nergens vinden of het misschien op een toneelstuk slaat dat zij binnenkort gaan opvoeren.
In de wijk Nieuw Delft (nog in aanbouw) aangekomen zag ik een bos tulpen en één van de twee poorten van het gebouw PoortMeesters, een nieuw woongebouw met een waterneutrale binnentuin. De tegels in de poort zijn 3D-geprint. Erg bijzonder!
Verder door de wijk Poptahof waar ik een zwerfkei en een beeld van twee kinderen die haasje-over spelen op de gevoelige plaat vastlegde. Het beeld is van brons en stamt uit 1969.
Tot slot arriveerde in bij DOK-Voorhof, dat zich naast de moskee bevindt en begon mijn conversatie-uurtje.