Bruun

Vandaag is het 8 oktober: de verjaardag van mijn lieve Bruun 🥰. 60 jaar wordt hij vandaag, hieperdepiep hoera. Op de foto de brommerige jarige met zijn vriendje Slingertje (pas 56).

Tien jaar geleden schreef ik op Facebook over Bruun, die toen 50 werd. Ik heb mij wild gezocht en uiteindelijk het bericht weer gevonden. Ik plaats het inclusief de foto’s gewoon door op de blog, jammerdebammer voor de mensen die mij al langer volgen en denken: daar heb je haar weer met die stokoude, versleten beer.

Ik heb een 7 jaar oudere zus F, die al sinds mijn geboorte in het bezit was van een Bruun. Ik mocht daar met mijn kleine grijpvingertjes niet aankomen, maar stiekem deed ik dat natuurlijk toch als zij naar school was. Jammer genoeg was ik motorisch niet zo gecoördineerd en draaide Bruun menigmaal een poot uit, die Oma er dan littekenloos weer aanzette. Maar na een keer of drie was F het zat en kreeg ik een Bruunverbod dat streng gehandhaafd werd door onze moeder.

 Ontroostbaar door het Bruunverbod bracht ik dus mijn prille jeugd door, een en al voedingsbodem voor trauma’s. Gelukkig ging mijn vader een tijd naar Australië, ik weet niet hoe lang precies, een maand of 6, denk ik. Down Under kocht hij geen pluchen kangoeroe of koala, maar gewoon een 2e Bruun. Deze Bruun kwam maar ternauwernood door de douane. Daar werd hij namelijk bijna in stukjes gesneden omdat ze dachten dat die betrouwbare vader van ons van alles meesmokkelde in het arme beest.

Op 8 oktober 1966 arriveerde Bruun dus in mijn leven. Eind goed al goed? Behalve dan dat ik weinig fantasievol mijn Bruun ook Bruun noemde …. Vond F niet leuk. En daarom heet mijn aap, die een aantal jaren later kwam, geen Joko, maar Slingertje.

Crea-bea

Creativiteit is mij niet aangeboren en ook niet aangeleerd. Toch participeer ik af en toe in een creatieve gebeurtenis. Ooit (begin deze eeuw) deed ik mee aan een workshop betonsnijden. Samen met zus F (die meer aanleg bleek te hebben dan ik) sneden wij met een aardappelmesje respectievelijk een kat en een slak uit een blok (nog zacht) beton. De poes staat al ruim 20 jaar op ons plaatsje en is met mos begroeid geraakt. Hij heeft een naam gekregen van onze buurman G, die verwonderd vroeg wat voor Poetinpoes wij in hemelsnaam in de tuin hadden gezet. Bij nadere beschouwing vonden wij de kat inderdaad wel iets Russisch hebben.

Poetinpoes

Daarna werd het jaren stil op het gebied van creativiteit. Tot een paar weken geleden. Toen hadden we van Delft Marketing een workshop keramieken. Carina de Walle nam afscheid van het team en zij is wél heel creatief. Zij heeft een eigen keramiekstudio (Studio Clay Time) waar zij cursussen en workshops geeft. Wij kregen als afscheid zo’n workshop van haar cadeau. Het was superleuk. We mochten zelf kiezen of we een kommetje of vaasje wilde beschilderen of zelf iets maken. Overmoedig ging ik aan de slag om een vleermuis te kleien. Zoals gezegd: niet gehinderd door creativiteit of aanleg. Ondanks inspanning die tot rode konen leidde, lukte het niet om het beestje een fraai uiterlijk te geven en ook nog de tak waaraan hij moet hangen te kleuren. Nou ja, als je maar lol hebt.

Gisteren lag de geglazuurde vleermuis op kantoor op mij te wachten. Een oor was al afgebroken en toen ik hem aan zijn stokje wilde hangen, gaf dat ook de geest.

Nu hangt hij aan een koord buiten. Onder hem staart Poetinpoes onverstoorbaar voor zich uit. Een fraai stel.

PS tijdens mijn reactie op Ellens berichtje bedacht ik dat ik de vleermuis wel een bijpassende naam kon geven. Hij heet nu dus Vladimir Vleermuis.

Floddertje

Door Fiep Westendorp werd ik herinnerd aan mijn oude knuffel Floddertje. In mijn vorige blogje schreef ik dat ik de tekeningen van Floddertje herkende, maar bij nader onderzoek is dat helemaal niet zo. Floddertje van Annie M.G. en Fiep stamt uit 1973. Toen was ik 10 jaar oud en las ik geen kleuterboeken meer. Waarom dacht ik dan toch dat ik Floddertje herkende? Dat komt door een misverstand. Ik dacht dat mijn knuffel vernoemd was naar de boeken-Floddertje. Dat kan echter helemaal niet aangezien ik Floddertje kreeg toen ik een jaar of vier was (jaren 60). Na wat nadenken over de komst van Floddertje wist ik opeens weer hoe hij aan zijn naam kwam. Ja, hij: mijn Floddertje was een jongetje.

Floddertje kwam op 5 december 1966 of 1967 in mijn leven. Wij vierden altijd Sinderklaas met de grootouders van vaders kant. Van surprises en gedichten werd veel werk gemaakt. Oma en Opa hadden dat jaar voor mij een grote stoomboot gemaakt met daarin cadeautjes. Van een oude panty en een bontje had Oma een hondje gemaakt dat uit een van de patrijspoortjes hing met een briefje om zijn nek “Ik wil naar Hermieneke” (of woorden van gelijke strekking).

Ik knelde het hondje in mijn dikke armpjes en sloot hem in mijn hart. Het was het mooiste cadeau dat ik die Sinterklaasavond kreeg. Het hondje werd Floddertje gedoopt en mocht elke nacht bij mij in bed slapen. Oma moest er later nog vaak om lachen. “Kind, het was gewoon een floddertje” zei ze dan, “om duidelijk te maken dat die boot voor jou was.” En zo kwam het hondje dus aan zijn naam. Waarschijnlijk zei ze dat op de bewuste Sinterklaasavond ook al.

Ik heb helaas geen foto’s van Floddertje en hij is tijdens een verhuizing door mijn moeder resoluut weggegooid. Maar ik zal hem nooit vergeten!

Noord-Hofland, een sentimental journey

Vrijdag had ik een afspraak met vriendin M – die ik nog van de lagere school ken – om een bezoekje te brengen aan de wijk waar wij zijn opgegroeid. Zij haar hele kindertijd vanaf haar 6e tot het verlaten van het ouderlijk huis, ik slechts tussen mijn vijfde en tiende jaar. Het lijkt voor mij een veel langere periode dan die luttele vijf jaar, maar dat komt natuurlijk omdat elk jaar in die tijd eeuwenlang leek te duren.

Destijds was Noord-Hofland een nieuwbouwwijk tussen Voorschoten en Leiden in (officieel is het gemeente Voorschoten). Het lag in the middle of nowhere en mijn moeder was er niet erg gelukkig, vandaar dat we na die periode terugverhuisden naar Leiden naar de oude buurt waar ze snel weer helemaal geworteld was. Voorschoten was een soort interbellum, want voor die verhuizing woonden we al bijna 10 jaar in Leiden (ik niet, want de eerste vijf jaar was ik er nog niet, maar de rest van het gezin wel). 

Er was uiteraard enorm veel veranderd in die 50 jaar die sinds ons vertrek waren verstreken. De middle of nowhere bestaat niet meer! Overal waren hele buurten aangebouwd. Het weiland waar we vaak speelden, stond vol met huizen. Geen sloten meer om te roeien met het bootje van vriendin M, geen ruimte om fikkie te stoken met mijn vriendjes of een hut te bouwen. Zelfs onze lagere school was afgebroken en opnieuw opgebouwd: on-her-ken-baar (op het universele kindergeschreeuw op de speelplaats na).

Wat niet veranderd was, was onze straat, waar wij op nummer 64 woonden en vriendin M op nummer 28. Wij liepen langs, gluurden naar binnen (voor zo ver mogelijk, want iedereen had zijn ramen hermetisch afgesloten met luxaflex en rolgordijnen en dito luiken). Nummer 64 was vrij lelijk geworden (en het was al niet heel fraai). Een treurig halletje aangebouwd, een haveloze dakkapel op zolder die er vroeger niet was en een voortuin waarvan mijn vader zich in zijn graf zou omdraaien. Zijn trots – een rotstuin – was vervangen door grind en een betonnen plantenbak. Ook aan de achterkant (geen foto gemaakt) bleek iedereen panisch voor inkijk. Wat vroeger een lange brandgang met open toegang tot de achtertuinen was, bleek nu een ghetto met schuttingen en afgesloten deuren. Jammer hoor, want ik herinner mij nog goed die keer dat mijn moeder ’s avonds een inbreker meende te horen bij de schuur en naar buiten stormde met een bezem om het sujet te verjagen. Het bleek een aanbidder van mijn zus te zijn, die met een liefdesbrief-met-lakzegel stond te aarzelen of hij die zou durven bezorgen. Uiteindelijk belandde de brief in de brievenbus aan de voorzijde. Ik heb geen idee hoe het met brief en aanbidder is afgelopen, maar hij is in elk geval niet mijn zwager geworden.

Na deze pelgrimage zijn we lekker gaan lunchen. Het was grappig om weer even daar te zijn en het riep in elk geval een heleboel herinneringen op.

Een paar foto’s van vroeger en eentje van de huidige toestand. Ik kan maar drie oude foto’s vinden en die geven geen beeld van de buitenkant van het huis. Bovendien zijn ze van bizar slechte kwaliteit, maar ja, beter iets dan niets. Je ziet de vage contouren van een rotstuin in wording, op de achtergrond van foto 3 mijn oude lagere school en de andere huizen in de straat, die er precies hetzelfde uitzien als het onze.

Tandartsenleed

Vandaag ging ik naar de tandarts. Mijn relatie met tandartsen is niet heel best, zelfs al zijn sommigen van mijn beste vrienden tandarts van beroep (nou ja, eentje eigenlijk). Dat ik geen sterk gebit heb, helpt niet, maar het is toch vooral het schrikbewind van de twee tandartsen uit mijn jeugd. En dan ben ik niet eens bij de schooltandarts geweest; in elk geval niet dat ik mij kan herinneren.

De eerste gezinstandarts was al bijna met pensioen en in mijn kleuterogen dus stokoud. Hij had nog een trapboor en mishandelde daar mijn arme melkgebit pijnlijk mee. Als troost kreeg ik dan een foeilelijk plastic beestje uit een vieze, glazen pot.

Na zijn pensionering kwam er een jonge, moderne opvolger, die uiteraard al het werk van zijn voorganger afkeurde en opnieuw ging doen. Deze jonge, moderne tandarts was een enorme bullebak, die niet alleen tegen zijn (talrijke) assistentes grauwde en snauwde, maar ook tegen zijn vrouw, die hen verving als er weer eens eentje was weggelopen of ontslagen. Ook zijn patiënten ontzag hij niet. Ik was doodsbang voor hem. Dat mijn natuurkundeleraar op de middelbare school op hem leek, was voor geen van beide heren een pluspunt. Mijn zus en ik gingen met elkaar mee naar afspraken om elkaar in de wachtkamer mentaal te steunen. Dat vond de tandarts bespottelijk en hij beet de zus-zonder-afspraak dan toe: “Waarom ben jij er ook? Je hebt toch geen afspraak!”

Aan deze nachtmerrie kwam pas een eind toen huisgenoot P en ik gingen samenwonen in Rotterdam en hij aldaar een tandarts zocht en vond. Een jonge, net afgestudeerde tandarts, die de helft van de tijd kunstenaar was: dat klonk leuk en daar wilde ik ook wel patiënt worden. Tandarts H hielp mij van mijn doodsangst voor tandartsen af en daar ben ik hem nog steeds innig dankbaar voor. Dat deed hij door enorm te babbelen tijdens de behandeling (afleiding), door zijn handigheid, waardoor alles vrijwel pijnloos verliep (uitgezonderd een enkele wortelkanaalbehandeling) en door mij van mijn kaakprobleem te verlossen met behulp van een kaakspalk (ook wel de Kalkspaak genoemd).

Maar we wonen inmiddels al ruim 30 jaar in Delft en worden een dagje ouder, dus het leek wel handig om een tandarts in Delft te zoeken. Vlakbij in het centrum zit een grote praktijk waar nog plek was en twee jaar geleden waagden wij de overstap. Voor het eerst in mijn leven bezocht ik de mondhygiëniste, leerde nog beter poetsen en de nieuwe tandarts joeg mij geen angst aan.

Tot vandaag. Toen vertelde zij mij dat ik – waarschijnlijk – twee ontstekingen onder de wortels van de kanaalbehandeling heb. Schrik-op-schrik, hoe blijft een mens gezond? Nu heb ik in september een afspraak bij de wortelkanaalbehandelingsspecialistentandarts in de praktijk voor een advies. En naar ik vrees zal daar een verschrikkelijke behandeling uit voortvloeien zodat ik weer terug ben bij nul (de trapboorangst).

Eerst maar even met vakantie….

Nieuwe fiets

Omdat mijn fiets altijd buiten staat, slijt hij nogal. En nu ik niet meer verder dan 10 minuten van huis durf, bang dat mijn fiets onder mijn gewicht zal instorten, werd het tijd voor een nieuwe.

Kritisch als ik ben viel de dichtstbijzijnde fietsenwinkel af (te onaardige eigenaar). De twee andere fietsenwinkels om de hoek bestaan niet meer, dus het werd een tocht naar de andere kant van het spoor 😱.

Dat was een goed idee. Een grote winkel met heel veel keuze en een aardige verkoper. Ik heb drie proefritjes gemaakt en gelukkig fietste de mooiste fiets ook het lekkerst. Toen bleek dat het twee weken ging duren voordat hij rijklaar zou zijn. Teleurgesteld zei ik dat ik hem eigenlijk komend weekeind nodig heb en tot mijn vreugde werd ik gisteren al gebeld dat hij klaarstond!

Net heb ik hem opgehaald. Nog een groot hangslot aangeschaft en nieuwe fietstassen besteld. Die laatste komen eind van de week. En dan ben ik dus voor de 3000e keer klaar om elke dag naar mijn werk te fietsen…..

Is het geen plaatje?

Kerst tegemoet

Om te voorkomen dat het hier straks alleen nog maar Zwijmelzaterdag is, drie foto’s van de kerstboom in verschillende stadia van opsier. In januari kochten we deze nepperd en hij staat nu voor het eerst. Het versieren was nog best een hele toer, maar ik ben er wel tevreden over.

Gistermiddag is ook mijn kerstvakantie begonnen. Vanmiddag met collega Q en oud-collega C koffie gedronken in een hippe koffietent in Rotterdam. Je moet een beetje voorzichtig afbouwen. Cold turkey stoppen met werken is ook zo wat.

Mijn wekker

Eeuwen geleden beloofde ik vriendin L dat ik tekst en uitleg zou geven over mijn wekker (teruglezend moet dat op FB zijn geweest, in het oude blogje beloof ik het min of meer aan Emie en Aleida). In elk geval: belofte maakt schuld.

Mijn wekker is dus elke dag een ander liedje. Het fijne daarvan is dat ik meteen weet welke dag het is. En om dat laatste nog iets gemakkelijker te maken, moet het liedje van de dag de naam van die dag in zijn titel of in de eerste zin hebben. Daar komen ze dan.

Maandag

Dinsdag

Ik heb ook een versie van de Rolling Stones, die is ook mooi. Af en toe wissel ik.

Woensdag

Dit prachtige liedje begint met de zin:

“Wednesday morning at five o’clock
As the day begins”

Bij mij gaat de wekker gelukkig iets later…

Donderdag

Ik heb de versie zonder de intro. Dus die begint meteen met:

“All of my life I’ve tried so hard
Doing my best with what I had”

Vrijdag

Na donderdag wel een saaie titel, maar het liedje is geweldig.

Zaterdag

Wel een beetje bruut wakker worden, maar gelukkig is het weekeind.

Zondag

En dan begint het allemaal weer opnieuw. Behalve in de vakantie, dan kies ik meestal voor een heel ander liedje dat elke dag weer zegt dat het vakantie is. Maar het hoeft niet per se over vakantie te gaan. Hoewel dat ook wel grappig zou zijn. Ik ga er eens over denken. Misschien deze: “Veertien dagen, het leek een week!”