Keramiek

Delft staat bekend om zijn keramiek (Delfts Blauw onder andere, maar er is veel meer). Afgelopen weekend waren de Delftse Keramiekdagen waarbij op de Markt kunstenaars uit het hele land hun keramiek tentoonstellen en verkopen. Vanwege de hittegolf was het festijn zaterdag afgelast, maar zondag ging het wel door. Ik vond het te heet om mij naar de Markt te begeven, maar gelukkig hadden wij anderhalve week geleden mijn verjaardag gevierd met een echte Keramiekdag. Dus aan keramiek geen gebrek.

We maakten de Keramiekwandeling die ons gans Delft doorvoerde, maar waar ik onderweg maar één foto heb gemaakt van de “Delftse Tegelmannen”, een kunstwerk waar 1300 Delftenaren aan hebben meegewerkt (vooral kinderen van Delftse basisscholen). Het staat langs de Schie, vlakbij museum De Porceleyne Fles (dat al sinds een eeuwigheid is omgedoopt in Royal Delft Museum). Uit de spoortunnel is Delftse klei uitgedeeld waarvan de kinderen een grote kraal hebben gemaakt. Later heeft Marijke Gémessy die kralen verwerkt tot de Tegelmannen.

In de Oude Kerk bezochten we de tentoonstelling Common Ground die daar is ingericht ter ere van het 40-jarig bestaan van Terra. Dat is een galerie met hedendaags keramiek. Een vriendin van mij (zelf ook keramiste) heeft daar een tijdlang als vrijwilliger gewerkt. Het is heel bijzonder hoe de eigenaressen van Terra hun zaak hebben opgebouwd. Echt een bijzonderheid in de Nederlandse keramiekwereld. Lees er vooral meer over op hun eigen website.

De tentoonstelling zet een achttal kunstenaars centraal uit alle werelddelen. Een deel laat zien hoe keramiek mensen, hun verhalen en culturen verbindt. Wat mij betreft heel erg geslaagd. De Oude Kerk is een fantastische ruimte om keramiek te exposeren.

Een ander deel van de tentoonstelling laat 40 objecten zien, uit elk jaar van het bestaan van Terra een. Heel divers en ook heel bijzonder. Uiteraard vind ik niet alles mooi, maar veel wel. De foto’s die ik heb gemaakt laten mijn favorieten zien.

Na afloop kochten wij als waren we echte toeristen twee koffiebekers, die niets met Terra te maken hebben, maar waar we wel lekker koffie uit drinken.

De expositie is nog tot 4 juli te zien (dus hurry up), maar de wandeling kan tot midwinter en daarna gewandeld worden.

Varend Corso Westland 2026

Ieder jaar wordt het Varend Corso georganiseerd. Op zondagmiddag vaart het altijd door Delft. Wij hebben het geluk om vlakbij het Rijn-Schiekanaal te wonen en daar heb je er altijd prachtig zicht op. In 2024 keken wij er voor het laatst naar. Vorig jaar was er geen Varend Corso vanwege de NAVO-top, dus extra leuk om er dit jaar weer naartoe te gaan. We hadden ook geluk dat het uitkijkpuntje aan het eind van onze straat na jaren weer toegankelijk is. Dat hele stuk was afgezet met hekken, omdat er materialen stonden opgeslagen vanwege allerlei werkzaamheden aan leidingen en kademuren. Maar nu kan je er weer bij en wij stonden op de eerste rij! Het thema van het Corso was “Eén groot avontuur” en dat was weer op prachtige manieren verbeeld op de ongeveer 40 boten. Ik heb een paar foto’s gemaakt en verder vooral ademloos gekeken. Volgend jaar weer.

Begraafplaatsen

Ik hou van begraafplaatsen. Vroeger, op vakantie, wilde mijn moeder altijd over begraafplaatsen wandelen en ik vond het be-la-che-lijk, maar tegenwoordig doe ik het zelf. In Leiden heb je Rhijnhof waar mijn ouders liggen: hun graf bevindt zich op een prachtige plek onder een grote boom met een bankje vlakbij. Een fijne plek om even tot rust en bezinning te komen.

Maar ook in Delft zijn mooie begraafplaatsen. Jaffa is mijn favoriet. Ik dacht altijd dat dat van oorsprong een Joodse begraafplaats was, maar een paar jaar geleden ontdekte ik dat dat niet waar is. Vlakbij waar wij wonen is een oude Joodse begraafplaats Beth Chaim uit 1845. Na de Tweede Wereldoorlog sluit de Joodse gemeente van Delft zich aan bij de Haagse gemeente. De begraafplaats raakt in verval en wordt afgesloten en ontoegankelijk. Daar is nu echter verandering in gekomen. Vrijwilligers hebben de begraafplaats helemaal opgeknapt en tegenwoordig kun je er op afspraak naar binnen. Ik heb alleen een foto van het hek en de omringende muur gemaakt, want van zo’n afspraak is het nog niet gekomen. Op de foto van de muur kan je zien hoe de begraafplaats midden in een woonwijk ligt en nogal inkijk heeft vanuit de naastgelegen flats.

Jaffa blijkt dus een algemene begraafplaats te zijn. Mijn verwarring met een Joodse oorsprong is niet zo vreemd als je bedenkt dat Jaffa vroeger een havenstad in Israël was (tegenwoordig een wijk van Tel Aviv). Jaffa is opgericht in 1868 toen de oude begraafplaats bij het Kalverbos vol raakte. Daar vinden we nu alleen nog het graf van de Franse troonpretendent Karl Wilhelm Naundorff (ca. 1785-1845). Hij beweerde de in 1795 overleden Franse kroonprins Lodewijk XVII te zijn, maar dat bleek na uitgebreid DNA-onderzoek niet te kloppen. Ooit zag ik er een opera over, maar dit ter zijde. Op Jaffa liggen tal van bekende Delftenaren en Delvenaren. Denk aan Nico Haak, Peter Tettero (van Tee Set), het echtpaar van Marken en Paul Tétar van Elven. Ik denk dat ik er later ook begraven wil worden, ook al ben ik geen bekende Delftenaar laat staan een bekende Delvenaar. En het mag gerust ook nog een jaartje of dertig duren.

Efteling

Afgelopen zondag was het een soort familiedag in de Efteling. We kwamen met (een deel van) de familie van moederskant van huisgenoot P in Kaatsheuvel samen om de verjaardag van de jongste tante te vieren. Dat was een leuke verrassing voor haar, want zij dacht alleen met haar eigen gezin daar te zijn. Grote verbazing telkens als er weer andere neven en nichten aanschoven 😀. Ook fijn om weer samen te zijn om een vrolijke reden in plaats van bij de uitvaart van mijn schoonmoeder zoals de laatste keer dat wij elkaar zagen.

De Efteling is extra speciaal voor deze familie, want zij komen oorspronkelijk uit Tilburg en mijn schoonmoeder en een aantal van haar broers hebben in de vakanties in de Efteling gewerkt. Dat was in de jaren 50 toen de Efteling alleen een Sprookjesbos was. Mijn schoonmoeder vertelde, rondlopend door het park, verschillende sprookjes en later sprak zij de stem van de heks van Hans en Grietje in. Het was haar eerste baan en zij had er de tijd van haar leven. Zij vertelde er altijd nog enthousiast over en het verhaal gaat dat zij – vele decennia later – in de bus in Tilburg werd uitgenodigd door de buschauffeur om de stem van de heks nog eens te doen. Zij liet zich niet lang noden en daar schalde het “knibbel knabbel knuisje” al door de bus. Luid applaus en iedereen herkende haar geluid. Toen was ze al dik in de 70. Uiteraard werd zij vandaag extra gemist.

Dat liefde voor de Efteling erfelijk (of in elk geval overdraagbaar) is, bleek die dag ook. Een neef en nicht zijn helemaal bezeten van de Efteling. Neef J heeft de halve Efteling nagebouwd bij zijn voordeur en nichtje C maakte een complete studie van de geschiedenis van de Efteling. Zij weet ALLES van 1952 tot op heden en ook de plannen voor de toekomst zijn geen geheim voor haar. Het was dus een waar genoegen met haar rond te lopen, de achtergronden van de sprookjes te horen, de geschiedenis van bepaalde objecten en in welke sprookjes die allemaal gebruikt zijn, uitleg over welke stemmen wij hoorden, enzovoorts. Ze had nog net geen paraplu bij zich, maar leidde ons wel professioneel rond.

Het sprookjesbos blijft voor mij de kern van het bestaansrecht van de Efteling, maar ook de attracties zijn nog steeds adembenemend. De vernieuwde “Danse macabre” sprong er voor mij wel uit. De wildwater- en achtbanen hoeven niet zo, maar de meer sprookjesachtige attracties zijn wel echt des Eftelings. Droomvlucht, Villa Volta, Fantastica: allemaal leuk.

Natuurlijk was er ook veel gelegenheid om bij te praten en van de picnic te genieten. Het was een heerlijke dag!