Vermeer en verjaardag

Afgelopen woensdag gingen wij onder de bezielende leiding van vriendin E naar de eerste in een serie lezingen over Johannes Vermeer. Vriendin E werkt als vrijwilliger in het Vermeer Centrum én zij was woensdag jarig, dus wij lieten ons meetronen.

Gastspreker Alexandra van Dongen, conservator van het Museum Boijmans van Beuningen, vertelde aan de hand van haar boek ‘De tastbare wereld van Johannes Vermeer – huisraad als schildersmodel’ over haar zoektocht naar attributen in schilderijen van Vermeer. Er is vaak veel bekend van de personen op het doek, maar niet van de attributen die te zien zijn. Op zoek naar verdieping van het verhaal, het dateren en context geven bestudeert zij bijvoorbeeld andere schilderijen waar vergelijkbare attributen te zien zijn, in collecties van andere musea en soms in de wereld van miniaturen die voor poppenhuizen gemaakt zijn. Ik werd acuut weer afgunstig toen zij vertelde dat Museum Boijmans van Beuningen op termijn een legaat krijgt van 2000 miniaturen (bij elkaar verzameld door een Rotterdamse oogarts). Een deel hiervan is al eens tentoongesteld in het Depot van het museum en heb ik daar toen al bewonderd. Nog zonder Vermeercontext.

Een voorbeeld van Alexandra’s speurwerk is de aardewerken pot, te zien op het schilderij ‘Het melkmeisje’ die zij wist terug te brengen tot een product uit Oisterwijk. Sommige van de voorwerpen op Vermeers schilderijen zijn zelfs terug te voeren op archeologische opgravingen uit Delft. Zo herkende Alexandra in één van de vitrines van het Vermeer Centrum Delft een 17e eeuwse kan met schenklip van hetzelfde schilderij. Direct haalde Herman Weijers, directeur van het Vermeer Centrum, deze kan uit de vitrine en liet hem rondgaan bij het publiek. Bijzondere ervaring! De kan bleef heel én verdween ook niet in de tas van de zus van E.

Na afloop kon je uiteraard het boek kopen en laten signeren, maar omdat ik twee boekenprincipes heb (“ik heb al een boek” en “een boek erin, een boek eruit”) heb ik de verleiding weerstaan. In plaats daarvan gingen we naar de Markt naar café Het Konings Huys met vriendin E, haar huisgenoot E, haar zus en nog drie vrienden om de verjaardag van E te vieren met een drankje en wat bruin fruit. Het was een leerzame en gezellige avond.

Delft, de stad 

Op 15 april 1246 kreeg Delft stadsrechten. Dat was gisteren precies 780 jaar geleden en wij (huisgenoot P en ik samen met nog zo’n 70 andere Delftenaren/Delvenaren) vierden deze verjaardag in het stadhuis. De burgemeester legde uit dat het weliswaar geen heel bijzondere verjaardag is – dat duurt nog twintig jaar – maar in deze tijd grijpt hij graag alles aan om toch een klein feestje te vieren. Daar waren wij het uiteraard mee eens.

Wij luisterden in de Trouwzaal (1993 leek opeens heel kort geleden) naar een interessant verhaal over de geschiedenis van Delft die uiteindelijk tot de stadsrechten leidde. Stadsarcheoloog Steven Jongma is een goede spreker en hij liep weliswaar een minuutje of tien uit, maar dat gaf helemaal niets. Hij verhaalde over de nederzetting Delf, de oude tufstenen voorloper van de Oude Kerk en jonkvrouwe Rikarde van Holland (de tante van graaf Willem II van Holland). Rikarde gebruikte haar familieband en neefje Willem tekende de stadsrechtenoorkonde in het huis van zijn tante in Delft. Rikarde eindigde op haar oude dag in het Koningsveldklooster dat ze zelf had opgericht, maar tot die tijd was het een pittige tante. De oorkonde uit 1246 is bewaard gebleven, maar is dusdanig gehavend dat wij er alleen een foto van te zien krgen. Het perkamenten document zelf ligt ergens veilig opgeborgen achter slot en grendel.

Daarna was het tijd voor koffie en taart. Maar niet voor die arme archeoloog Steven. Hij werd totaal in beslag genomen door een vrouw met een grote boodschappentas waaruit zij diverse oude papieren en foto’s tevoorschijn toverde, die de archeoloog zeker zouden interesseren…

Na de taart werden we in vier groepen door het stadhuis rondgeleid door gidsen van het Gilde. Wij zaten bij Arthur in de groep en ook hij kon mooi vertellen. Onze groep begon buiten en was daardoor getuige van een prachtige Vermeerlucht.

Nog een leuk weetje over de Markt. Elke donderdag is er weekmarkt op de Markt en dat is al 780 jaar zo. Sinds Delft stadsrechten kreeg, wordt er standaard elke donderdag weekmarkt gehouden. Alleen als er kermis is, verplaatst de markt zich en in de oorlog was er ook een onderbreking. 

Onze rondleiding eindigde in Het Steen. Dat was een nieuwe ervaring, want Het Steen is bijna nooit open (alleen tijdens schoolvakanties en Open Monumentendag en voor groepen op aanvraag). Het is een Middeleeuwse gevangenis waar Balthasar Gerards nog heeft vertoefd en is gemarteld om de moord op Willem van Oranje te bekennen. Historische plek dus.

Daarna was er nog een borrel en togen wij tevreden huiswaarts. Over twintig jaar zijn wij er weer bij!

Calefax

Na de opening van het toeristisch seizoen 2026 hadden huisgenoot P en ik nog een bezoek aan de schouwburg op de planning staan.

We gingen naar Calefax, een illuster gezelschap van vijf mannen op leeftijd die allen een blaasinstrument bespelen. Zij vormen samen een rietkwartet. Ik had nog nooit van ze gehoord (mijn tekortkoming want ze bestaan al sinds 1985) totdat wij vorig jaar december hun voorstelling Dido & Aeneazz zagen. Een prachtige  bewerking van de opera van Purcell door Raaf Hekkema met illustraties op de achtergrond van Hedi Tjin. Een kennismaking die naar meer smaakte.

Deze avond was Ramsey Nasr hun gast tevens middelpunt van de uitvoering. Als verteller leidde hij ons door zijn bezetenheid van muziek. Ik ben een groot fan van Ramsey Nasr en speciaal van zijn personage Erik in Oogappels. Althans de eerste seizoenen, want later werd Erik helemaal koekwous van de baby van zijn ex-vriendin, die later dan weer zijn ex-ex-vriendin wordt. Totdat het Erik allemaal toch weer te veel wordt en hij in zijn eentje op fietsreis vertrekt om zichzelf te vinden. Maar goed, daar kon Ramsey natuurlijk niets aan doen, dus ben ik nog steeds fan van hem, maar niet meer van Erik (sorry voor deze zijstap).

In het theater hebben we een heerlijke avond. Nasr is grappig en leidt ons door de wereld van muziek. Van de Middeleeuwen via Italiaanse volksmuziek naar de Renaissance en via de romantiek naar de opera. Op het einde krijgt de voorstelling nog een serieus tintje mee, want Nasr snijdt de toestand in de wereld aan. Zelf is hij half Nederlander half Palestijn en hij laat het lievelingslied van zijn Palestijnse vader horen. Zijn boodschap is niet politiek, maar muzikaal en muziek heeft een verbroederende functie. Hij zei het anders en mooier, maar dat is wat ik ervan maak.