Maandag was het weer Ambassadeursdag; een dag (of liever een halve dag) speciaal bedoeld voor iedereen die aanspreekpunt is voor bezoekers aan Delft.
Vorig jaar maakte ik er voor het eerst kennis mee en afgelopen maandag was ik er weer bij.

We verzamelden ons bij Royal Delft en na een kopje koffie uit prachtig Delfts Blauwe kopjes en een kort plenair programma gingen we in drie groepen op stap. Eén groep bleef in het museum voor een rondleiding, de tweede groep vertrok voor een rondvaart en de derde groep (waar ik voor had gekozen) kreeg een rondleiding bij de Technische Universiteit (TU).
Een studente nam ons mee naar een aantal verschillende faculteiten om een kijkje achter de schermen te nemen. Bij Werktuigbouwkunde zagen wij een 142-meter lange waterbak (de sleeptank) waarin golven kunnen worden opgewekt. In die bak (met een inhoud van meer dan 1,5 miljoen liter water) kunnen ze vervolgens scheepsmodellen en hun vaargedrag onderzoeken. Sommige golven zijn zo groot, dat het wel zes uur duurt voordat ze uitgedoofd zijn!
Bij Civiele Techniek maakten we kennis met het Beest van de TU, een knaloranje machine die eruitziet als de poliep op de kermis, maar dan niet met acht, maar slechts met zes armen: een hexapod. Met die armen kunnen alle mogelijke bewegingen uitgevoerd worden en daarmee alle mogelijke druk uitgeoefend op bijvoorbeeld muren of schepen. De druk is ook niet gering, namelijk 100 ton in alle richtingen. Daarom gebruiken ze de machine alleen ’s avonds en in het weekeind, want de trillingen zijn door het hele gebouw te voelen. Met het Beest kan men testen welke soorten metselwerk of beton het best bestand zijn tegen aardbevingen (om maar een voorbeeld te noemen van rampspoed) of hoe goed scheepsrompen bestand zijn tegen alle krachten van het water. De machine is oranje, omdat de TU hoopte dat de koning de machine als eerste in gebruik zou willen nemen. Helaas gebeurde dat niet, want – naar verluidt – komen de Oranjes niet graag naar Delft, omdat ze daar na hun leven nog heel veel tijd moeten doorbrengen.
Tenslotte gingen we naar Technische Natuurkunde naar de Dode Kamer. Dat klinkt luguberder dan het was. Het is een ruimte van ongeveer 8×8 meter waar zowel op alle muren als op het plafond én de vloer én de deur een soort driehoekige eierdozen zijn bevestigd. Daardoor wordt geluid totaal geabsorbeerd en is het de ideale ruimte om akoestische proeven te doen. Tegenwoordig is de ruimte niet meer in gebruik omdat al die proeven uitstekend met de computer gesimuleerd kunnen worden. Wij mochten er dus uitgebreid in verblijven, zelfs met dichte deur en zonder licht (aardedonker was het) en dat was een bijzonder aparte ervaring. Sommige deelnemers werden er heel spraakzaam van, wat ik dan weer jammer vond.
Na afloop van de rondleiding gingen we lunchen en daarmee kwam alweer een einde aan een interessante ochtend. Helaas ben ik vergeten foto’s te maken, maar misschien komen die later nog beschikbaar en dan zal ik ze bij dit verhaal plaatsen. Voor nu beperkt het zich tot een foto van het plenaire gedeelte.
Mooi verhaal weer.
We gingen niet bij Bouwkunde langs jammer genoeg.
Ik weet helemaal niets van techniek of wetenschap of onderzoek, dus ik zou dezelfde keus hebben gemaakt. Vroeger zeker niet, maar nu wel.
Voor mij ook het onderwerp waar ik het minste van wist. Het was een goede keuze!