Dure grap in Limoges

Gisteren op het nieuws hoorde ik van deze enorme diefstal uit het het Musée National Adrien Dubouché: twee bordjes en een vaas, bij elkaar 9,5 miljoen euro. Gelukkig heb ik deze kostbaarheden in juli nog kunnen bewonderen. Suf dat ik ze toen niet op de foto heb gezet. Ik hoop maar dat de dieven gegrepen worden en dat de gestolen waar weer terugkomt in het museum, waar het hoort.

Hierbij als toegift een foto van de hal in het museum met een beeld van de verzamelaar/oprichter van het museum Adrien Dubouch.

Tandartsenleed

Vandaag ging ik naar de tandarts. Mijn relatie met tandartsen is niet heel best, zelfs al zijn sommigen van mijn beste vrienden tandarts van beroep (nou ja, eentje eigenlijk). Dat ik geen sterk gebit heb, helpt niet, maar het is toch vooral het schrikbewind van de twee tandartsen uit mijn jeugd. En dan ben ik niet eens bij de schooltandarts geweest; in elk geval niet dat ik mij kan herinneren.

De eerste gezinstandarts was al bijna met pensioen en in mijn kleuterogen dus stokoud. Hij had nog een trapboor en mishandelde daar mijn arme melkgebit pijnlijk mee. Als troost kreeg ik dan een foeilelijk plastic beestje uit een vieze, glazen pot.

Na zijn pensionering kwam er een jonge, moderne opvolger, die uiteraard al het werk van zijn voorganger afkeurde en opnieuw ging doen. Deze jonge, moderne tandarts was een enorme bullebak, die niet alleen tegen zijn (talrijke) assistentes grauwde en snauwde, maar ook tegen zijn vrouw, die hen verving als er weer eens eentje was weggelopen of ontslagen. Ook zijn patiënten ontzag hij niet. Ik was doodsbang voor hem. Dat mijn natuurkundeleraar op de middelbare school op hem leek, was voor geen van beide heren een pluspunt. Mijn zus en ik gingen met elkaar mee naar afspraken om elkaar in de wachtkamer mentaal te steunen. Dat vond de tandarts bespottelijk en hij beet de zus-zonder-afspraak dan toe: “Waarom ben jij er ook? Je hebt toch geen afspraak!”

Aan deze nachtmerrie kwam pas een eind toen huisgenoot P en ik gingen samenwonen in Rotterdam en hij aldaar een tandarts zocht en vond. Een jonge, net afgestudeerde tandarts, die de helft van de tijd kunstenaar was: dat klonk leuk en daar wilde ik ook wel patiënt worden. Tandarts H hielp mij van mijn doodsangst af en daar ben ik hem nog steeds innig dankbaar voor. Dat deed hij door enorm te babbelen tijdens de behandeling (afleiding), door zijn handigheid, waardoor alles vrijwel pijnloos verliep (uitgezonderd een enkele wortelkanaalbehandeling) en door mij van mijn kaakprobleem te verlossen met behulp van een kaakspalk (ook wel de Kalkspaak genoemd).

Maar we wonen inmiddels al ruim 30 jaar in Delft en worden een dagje ouder, dus het leek wel handig om een tandarts in Delft te zoeken. Vlakbij in het centrum zit een grote praktijk waar nog plek was en twee jaar geleden waagden wij de overstap. Voor het eerst in mijn leven bezocht ik de mondhygiëniste, leerde nog beter poetsen en de nieuwe tandarts joeg mij geen angst aan.

Tot vandaag. Toen vertelde zij mij dat ik – waarschijnlijk – twee ontstekingen onder de wortels van de kanaalbehandeling heb. Schrik-op-schrik, hoe blijft een mens gezond? Nu heb ik in september een afspraak bij de wortelkanaalbehandelingsspecialistentandarts in de praktijk voor een advies. En naar ik vrees zal daar een verschrikkelijke behandeling uit voortvloeien zodat ik weer terug ben bij nul (de trapboorangst).

Eerst maar even met vakantie….

“Wij zijn Delft”

“Wij zijn Delft” is het nieuwe project van René Jacobs, beeldend kunstenaar in Delft. Zijn atelier en galerie ART Jacobs is gevestigd in de straat achter ons; ik kom er bijna dagelijks langs.

Op 15 december 2025 is het de 350e sterfdag van Johannes Vermeer (een andere beroemde Delftse kunstenaar). Op doe dag moet het project klaar zijn en in het Vermeer Centrum worden onthuld. Vrijdag 16 mei is er een begin gemaakt aan dit kunstwerk door mevrouw Mies Warfffemius, de oudste inwoner van Delft, zij is 106 lentes jong. Zij plaatste het eerste poppetje van de 110.851 poppetjes die het geheel gaan vormen. Als al die poppetjes geplaatst zijn, ontvouwt zich een “Gezicht op Delft”. Het sluitstuk – de laatste twee poppetjes – zullen geplaatst worden door de ouders van een dan net geboren kind. En rond is de cirkel.

Die 110.581 poppetjes zijn niet willekeurig gekozen: het is het verwachte aantal inwoners van Delft op 15 december a.s. (met of zonder Alexander Pechtold, onze nieuwe burgervader als alles volgens plan verloopt). Iedere inwoner van Delft is uitgenodigd om een poppetje te plaatsen en zo zijn/haar bijdrage te leveren aan het project. Ik ga dat zeker doen binnenkort.

Luilak

in de nacht van vrijdag op zaterdag schrok ik om 4.00 uur wakker door een enorm geluid van wel 1000 motoren. Eerst dacht ik dat het oorlog was, maar toen ik uit het raam keek, zag ik de eindeloze stoet motorgeweld langstrekken. Ze reden niet eens knoerthard, maar ze maakten kabaal voor 10. En toen het allang weer vredig en stil was geworden, lag ik nog in bed te shaken en was nog zeker een uur klaarwakker.

Wel leuke kattenfilmpjes bekeken in die tijd. Volgend jaar weer…..

Nieuwe plannen

De laatste theeles was afgelopen vrijdag en het bezoek aan de Lakenhal is ook achter de rug. Ik heb enorm genoten van de twee heel verschillende, maar beide interessante cursussen. In het najaar is er vast wel weer wat te kiezen als vervolg.

Gelukkig val ik niet in een zwart gat. Naast diverse uitstapjes met vrienden en bekenden ga ik beginnen als vrijwilliger bij Onze Taal. Er start een nieuw project met 10 vrijwilligers, die de rol van taaladviseur op zich nemen. Vorige week maandag was de eerste bijeenkomst om kennis te maken met de medewerkers en met de andere vrijwilligers. Het idee is dat de betaalde taaladviseurs (mooie woordcombinatie) meer tijd krijgen voor andere taken, doordat de vrijwillige taaladviseurs een deel van hun werkzaamheden overnemen. Wij gaan vragen over taal beantwoorden via telefoon, mail en WhatsApp. Het lijkt een beetje op voorlichter bij de Hartstichting, maar dan met een heel ander soort vragen.

Hoewel ik altijd in mijn werk met begrijpelijke taal, schrijven en voorlichting bezig ben geweest, heb ik geen taalkundige opleiding. Maar niet getreurd, ik ga het vast allemaal wel leren en (heel belangrijk) er staan allerlei naslagwerken tot mijn beschikking. Bovendien kijkt er voorlopig nog een extra paar ogen mee voordat mijn adviezen de wijde wereld ingaan. Ik heb er zin in!