Tijdens het luisteren naar een liedje van Vitaa (zonder L) en Slimane waarin zij tig keer “C’est pas la peine” zingen, werd ik patsboem 13 jaar in de tijd teruggevoerd. Wij woonden toen in Montpellier en ik was vrijwilliger in de ziekenhuisbibliotheek van een van de ziekenhuizen in de stad. Ik heb daar destijds een blogje over geschreven en dat staat hier.
Naar Michelle-met-de-hamertenen heb ik geen heimwee, maar naar de rest van die tijd wel. En ook naar Jacqueline die de eerste tijd mijn bibliotheekmaatje was. Zij maakte mij ook wegwijs in de ingewikkelde Franse beleefdheidscultuur. Opgewekt vertelde ze mij op de eerste dag dat wij van de bibliotheekgroep elkaar allemaal tutoyeerden. Dat leek mij gemakkelijk te onthouden en net zoals ik in Nederland gewend was, dus ik knikte. Dat was te vroeg gejuicht, want, zo vertelde Jacqueline: “We tutoyeren iedereen, behalve Françoise, want zij is de présidente van de vrijwilligersorganisatie.” Daar kon ik wel inkomen, qua Franse beleefdheid, dus ik knikte nog maar eens instemmend. Jacqueline vervolgde: “En natuurlijk Hélène ook niet, want zij is de oud-présidente.” Ja, oké, duidelijk. Maar Jacqueline was nog niet klaar met de uitzonderingen. We hadden ook Marguerita nog, die was te oud om te tutoyeren. En Josette, haar man was iets belangrijks. Ik telde na wie ik dan wel mocht tutoyeren en kwam toch nog op een vrouw of drie.
Ondanks of misschien wel dankzij dit soort cultuurverschillen was het leuk om in zo’n typisch Frans clubje mee te draaien. En nu heb ik heel veel zin om een weekje met vakantie naar Montpellier te gaan!
























